Wie een garage of woning verhuurt, wordt in België meestal niet belast op de huur die hij echt ontvangt, maar op een vaste, fictieve waarde: het kadastraal inkomen. Hieronder staat hoe dat in grote lijnen werkt, met bronnen van de FOD Financiën.
Dit is algemene informatie, geen persoonlijk belastingadvies. Onze rendementscijfers houden geen rekening met inkomstenbelasting; vraag advies aan een boekhouder of de belastingdienst.
Het kadastraal inkomen is een fictieve waarde die de administratie voor elk onroerend goed vastlegt. Het stemt overeen met de gemiddelde jaarlijkse netto huurwaarde, met als referentie 1 januari 1975. Het staat dus los van de huidige huur of marktwaarde. Een garage heeft een eigen KI, apart van dat van de woning.
U geeft in de aangifte het niet-geïndexeerde KI aan; de administratie indexeert het zelf. De indexatiecoëfficiënt is 2,1763 voor inkomstenjaar 2024, 2,2446 voor 2025 en 2,3000 voor 2026. Voor de personenbelasting is het aanslagjaar het inkomstenjaar plus één (aanslagjaar 2026 gebruikt dus 2,2446); voor de onroerende voorheffing is het aanslagjaar gelijk aan het inkomstenjaar.
Verhuurt u het gebouw aan een natuurlijke persoon die het niet voor zijn beroep gebruikt, dan geeft u het KI aan (code 1106/2106). Het belastbaar bedrag is het geïndexeerde KI × 1,4, afgerond zoals de FOD aangeeft (geïndexeerd KI = KI × coëfficiënt, op de euro afgerond). De werkelijke huur speelt voor dit bedrag geen rol.
Officieel voorbeeld van de FOD: een KI van 450 euro geeft 450 × 2,2446 = 1.010 euro geïndexeerd KI, en 1.010 × 1,4 = 1.414 euro belastbaar. Dat bedrag komt bij uw andere inkomsten en wordt tegen het progressieve tarief belast. Wij berekenen geen belasting en geven geen tarieven.
Verhuurt u aan iemand die het gebouw beroepsmatig gebruikt, of aan een vennootschap of vereniging, dan geeft u zowel het KI (1109/2109) als de bruto huur (1110/2110) aan. U wordt belast op het hoogste van twee bedragen: de bruto huur min 40 % forfaitaire kosten, of het geïndexeerde KI × 1,4. De forfaitaire aftrek van 40 % is begrensd tot 2/3 van het niet-geïndexeerde KI × een herwaarderingscoëfficiënt (5,63 voor inkomstenjaar 2025; 5,75 voor 2026).
Bij regelmatige en professioneel georganiseerde verhuur kan het geheel als beroepsinkomen worden aangemerkt. Waar de grens tussen beheer van privévermogen en beroepsmatige verhuur ligt, bepaalt de administratie per geval; een vast cijfer is er niet.
De onroerende voorheffing betaalt de eigenaar jaarlijks, op het geïndexeerde KI (coëfficiënt 2,3000 in 2026), los van wie er woont of huurt. In Vlaanderen is het basistarief 3,97 % (versie van de Vlaamse Codex Fiscaliteit geldig vanaf 1 januari 2026), in Wallonië en Brussel 1,25 %. Daarbovenop komen opcentiemen van provincie en gemeente (in Brussel ook van de agglomeratie), die per gemeente verschillen en elk jaar kunnen wijzigen.
Bij een garage met een laag KI is dit bedrag klein: met een KI van 45 euro gaat het om ongeveer 4 euro basisheffing per jaar in Vlaanderen, vóór opcentiemen. Het is een van de jaarlijkse kosten in ons nettorendement.
De verhuurder moet een schriftelijk huurcontract laten registreren. Bij een gewone woning is dat gratis en binnen 2 maanden. Voor alle andere huurcontracten, ook van een parkeerplaats of garage, geldt een termijn van 4 maanden en een registratierecht van 0,2 % van de totale huur en lasten over de looptijd, met een minimum van 50 euro. Voorbeeld van de FOD: (900 + 100) euro per maand over 36 maanden is 36.000 euro, dus 72 euro. Zonder schriftelijk contract valt er niets te registreren.
Bijgewerkt op 27 oktober 2026; regels en coëfficiënten veranderen. Dit is algemene informatie, geen persoonlijk belastingadvies. Onze rendementscijfers houden geen rekening met inkomstenbelasting; vraag advies aan een boekhouder of de belastingdienst. PandPeil is een onafhankelijk, gratis informatieproject.